Nieuwe media, oud verhaal.
Reageer hier, u kan de eerste zijn
De jongste weken zag ik her en der uitnodigingen voor debatten over de toekomst van journalistiek en media. Ik had het plan om al mijn gedachten hierover eens in een presentatie te gooien maar ik wilde het geheel voldoende tijd geven om te rijpen. Na lang wikken en wegen maar ook een paar prikkelende gesprekken zowel online als ofline kwam ik langzaam tot iets wat welomlijnd was:
Kunstgeschiedenis
De hele insteek is dat de uitdaging voor ‘traditionele’ media niet zo nieuw is. De schilderkunst beleefde net zo’n existentiële crisis, bij de uitvinding van de fotografie. Tot die tijd was een schilderij of een tekening de enige manier om de werkelijkheid te reproduceren, een monopolie dat eeuwen duurde.
Een afbeelding van een slagveld was misschien gruwelijk maar het was geen natuurgetrouwe weergave van hoe het er op een slagveld echt aan toeging bijvoorbeeld.
De fotografie bracht een echte schokgolf teweeg: plots konden mensen de gezwollen lijken na de slag van Gettysburg zien liggen. Hoe ze er écht bijlagen. Met een donkere vlek op broek in een plas donker bloed. Wij worden al van kleins af murw geslagen met allerlei beelden, maar voor de mensen toen moet het een absolute schok geweest zijn. Niet in het minst ook voor de schilders. Plots werden ze geconfronteerd met een medium dat de dingen toonde zoals ze waren. Wat was nog de meerwaarde van de ambachtelijke schilder?
Die meerwaarde lag in elk geval niet in het louter kopiëren of weergeven van de werkelijkheid. Enkelen onder hen slaagden erin om die knop om te draaien en probeerden emoties in hun werk te leggen: impressies van het moment. Het Impressionisme was geboren. Een ongelooflijke omslag in mindset die de weg opende voor de actuele kunst zoals die vandaag bestaat. Ik hoef ook niet te vertellen dat de schilderkunst allerminst verdwenen is sinds de uitvinding van de fotografie.
Businessmodel
Vandaag merken traditionele uitgevers plots dat mensen niet meer bereid zijn om te betalen voor “hard” nieuws. Een logische evolutie want door internet en sociale netwerken komt het nieuws even snel bij de mensen als op een redactie. Live reporting of Breaking news kan het nooit halen van real-time tweets, ze zijn bij voorbaat al achterhaald.
Of die informatie dan gedrukt is op papier, op een website staat, in een mobile app zit of op een tablet te lezen staat, doet er niet toe. Na de uitvinding van de fotografie maakte het voor schilders ook niet uit of ze nu op papier of op doek schilderden. Het ging over wàt ze op dat doek zouden zetten. De info bood geen meerwaarde.
Media zullen moeten inzetten op hun mensen en know-how. Ik wil expertise en analyse. Ik wil bij de hand genomen worden doorheen de massale hoeveelheid informatie. Persoonlijk en op mij gericht. Media moeten daarom nog meer investeren in hun mensen, maar journalsten moeten ook meer buitenkomen en niet wachten tot de info tot bij hen komt aanwaaien.
Tenzij je ermee aan de slag gaat natuurlijk en er een meerwaarde aan kan geven. Door alles in een groter geheel te plaatsen bijvoorbeeld. Het komt er eigenlijk gewoon op neer dat je content aanbiedt die het waard is om voor te betalen. Uitgevers moeten meer denken in termen van BTW in plaats van abonnementen. Heel eenvoudig eigenlijk, en tegelijk ook weer niet.
Positief
Omdat het zo moeilijk is ben ik echter positief ingesteld. Er liggen volgens mij namelijk kansen voor kwaliteitsjournalistiek. Journalistiek die de tijd neemt om dingen uit te pluizen in plaats van de achterhaalde waan van het moment.
Ben benieuwd naar jullie ideeën.
Toekomst Belgische journalistiek
Morgenavond ga ik naar een debat over de toekomst van de journalistiek. Het tweede op evenveel weken en ik heb begrepen dat er deze week ook nog een in Brussel plaatsvindt. Tijdens het BJIT debat gaf Computable een presentatie over de hervorming van hun redactie. De kern: waar vroeger de print redactie schreef voor online is dat nu omgekeerd. De redactie is gericht op online publiceren aangevuld met een uitgebreid panel van experts. Het was sprong in het duister maar wel een die voorlopig goed uitpakte.
De reacties van de Belgische deelnemers aan het debat na de presentatie waren niet hoopgevend. De Belgen zijn conservatief en blijven maar in cirkels ronddwalen. Dat was een grote teleurstelling. Ik hoop dat er morgenavond ook eens iemand uit België aan het woord komt die creatief durft nadenken over die toekomst. Het is gemakkelijk om met zijn allen te klagen over de consument en het internet. Alleen verdwijnen die problemen daar niet mee. Er is creativiteit en moed voor nodig, en dat zal altijd radicaal zijn. Dingen die bekend zijn in vraag durven stellen. Het is namelijk niet omdat iets bestaat dat het ook goed is. Het huidige mediamodel is daar een perfect voorbeeld van.
Dingen in vraag stellen is iets wat je eerder bij partijen zoals Woestijnvis verwacht. Maar helaas, vandaag hoor ik over een artikel in De Morgen waarin staat dat Woestijnvis zal proberen om de filmpjes van Kabouter Wesley offline te halen. Woestijnvis wil de filmpjes in Nederland verkopen en dat kan niet als ze al online staan. Dat Nederland überhaupt gek is op de Kabouter door die Youtube filmpjes wordt gemakkelijkheidshalve even vergeten.
Mijn verwachtingen voor het debat morgenavond zijn intussen naar beneden bijgesteld want het belooft niet veel goeds als een ideeënfabriek als Woestijnvis ook al in een digitale kramp schiet.
Ik heb even de online profielen van de deelnemers bekeken en -op Indymedia na- kan je ze niet echt actief noemen. Terwijl, je van deelnemers aan zo’n debat toch zou mogen verwachten dat ze gaan experimenteren? Ik verwacht geen heil van instituten zoals de VRT. Op redactieniveau zullen daar wel mensen zitten die het licht gezien hebben maar achter de hippe branding schuilt een administratie die alles tegenhoudt.
Gelukkig is er De Werktitel : een journalistiek experiment dat na twee maanden per dag ongeveer 1000 unieke bezoekers over de vloer krijgt. Hoofdredacteur Georges Timmerman:
“We publiceren aan een tempo van gemiddeld een artikel per werkdag, dat maakt ongeveer 25 artikels per maand. We publiceren uitsluitend nieuwe, originele en exclusieve verhalen. Die aanpak heeft ondertussen al ettelijke primeurs opgeleverd, waarvan er een aantal werden overgenomen door de reguliere media (al dan niet keurig met bronvermelding). Eén van onze artikels werd integraal overgenomen door een Duitse krant.”
Volgens Timmerman zijn alle mogelijke thema’s en genres zijn in principe mogelijk (nieuws, interviews, politiek, buitenland, cultuur, analyse en opinie, reportages, satire). De enige criteria die tellen zijn kwaliteit, originaliteit en maatschappelijke relevantie. Met een combinatie van onderzoeksjournalistiek, mediakritiek en eigen nieuwsgaring hoopt De Werktitel het verschil kunnen maken met de klassieke media.
Voorlopig is het maar een experiment en werkt de ploeg van De Werktitel aan wat een professionele internetkrant kan worden. “Een vingeroefening, een soort nulnummer, een wissel op de toekomst en een staalkaart van wat een professionele internetkrant zou kunnen worden” zoals Georges Timmerman het omschrijft.
Een ander interessant voorbeeld is <H>ART, een tijdschrift voor hedendaagse kunst, als antwoord op de verschraling van de cultuurberichtgeving in de gevestigde media. In januari begint <H>ART aan zijn vierde jaargang.

Beide uitgaven trekken voluit de kaart van kwaliteitsvolle journalistiek/content want er is geen plaats voor gemakkelijke journalistiek/content in de toekomst. Een consument is niet bereid om te betalen voor iets wat een journalist op internet heeft gevonden. Het overnemen van nieuws (niet alleen online maar ook in print bijvoorbeeld) heeft geen enkele meerwaarde meer. Voor RSS feeds heb ik mijn eigen reader, zonder advertenties.
Ik zal tweeten vanuit de zaal, benieuwd of het allemaal kommer en kwel zal zijn.
9 op 10 deelt slechte klantenervaringen
Reageer hier, u kan de eerste zijn
Accenture heeft onlangs zijn jaarlijks “Consumer Satisfaction Report” gepubliceerd. Uit het onderzoek blijkt dat steeds meer consumenten veranderen van leverancier wanneer er slechte klantenservice is.
Bijna 9 op 10 consumenten vertelt zijn omgeving over slechte klantenervaring, meer en meer ook online (17% van de ondervraagde Belgen). Belgen zijn bovendien erg ongeduldig en willen gemiddeld maar 15 minuten wachten voordat hij geholpen wordt. 77 % van de ondervraagde Belgen zeggen het voorbije jaar te zijn overgeschakeld naar een ander bedrijf na een slechte service.
Het onderzoek toont aan hoe klantenservice niet alleen belangrijk is om bestaande klanten te houden maar ook om nieuwe aan te trekken. De afgelopen vijf jaar is de consument alleen maar meer belang gaan hechten aan klantenservice, en ik denk niet dat die trend snel zal ombuigen.
Bedrijven zullen dus moeten investeren in goede structuren en procedures om enerzijds de klantenservice zo goed mogelijk op peil te houden. Anderzijds ook om op tijd en gepast in te spelen wanneer slechte ervaringen gedeeld worden. De moeite om er even door te lopen! Hier kan je de volledige PDF trouwens bekijken.
Dehaene Bros
Reageer hier, u kan de eerste zijn

Woordvoerder van het jaar
Reageer hier, u kan de eerste zijn

De Gouden Bokaal
Met de Sint in het land loopt het jaar nu op zijn laatste benen. Dat betekent naast de moppen van Geert Hoste ook dat de lijstjes daar weer zijn. Lijstjes die terugblikken op het jaar en lijstjes die vooruitkijken naar volgend jaar.
Mijn favoriete lijstjes zijn de aanmoedigende lijsten. Lijsten die mensen belonen omdat ze goed bezig zijn, uit blijk van waardering.Daarom heb ik besloten om op zoek te gaan naar de beste woordvoerder van 2009. Woordvoerders hebben niet altijd een gemakkelijke of meest dankbare taak. Zij zijn het gezicht van een onderneming en staan daarom ook onder een enorme druk. Kortom, het is eigenlijk een schande dat er nog geen Woordvoerder van het Jaar bestaat.
Omdat ik niet de wijsheid in pacht heb wil ik een beroep doen op de lezers van deze blog. Daar zitten enkele PR mensen bij, misschien enkele journalisten en hopelijk ook mensen met een normale job
In onderstaand formulier kunnen jullie mensen nomineren, en kort uitleggen waarom deze het zou verdienen om zo’n prachtige prijs te krijgen.
De winnaar zal de geschiedenis ingaan als de eerste die de titel heeft gewonnen. Daarnaast zal ik persoonlijk de Gouden Bokaal van de Woordvoerder van het Jaar verkiezing overhandigen. Andere ideeën of tips zijn meer dan welkom in de comments!
Muur.
Reageer hier, u kan de eerste zijn
Ik heb het niet echt bewust meegemaakt, de val van de Berlijnse muur. Ik was met andere dingen bezig. Voetballen of kampen bouwen of zoiets.
Gelukkig hebben we internet en de fotografie, zodat we kunnen genieten van de website en het archief van Magnum.

Check het archief voor meer voorbeelden, enjoy!
Subject georiënteerd communiceren.
Reageer hier, u kan de eerste zijn
Ik ben begonnen aan de basisopleiding PHP-MySQL bij Syntra in Mechelen. Ik ken een beetje basis HTML maar daar houdt het mee op, het zal dus zeker geen kwaad kunnen
We zijn intussen twee lessen ver en ik heb al veel geleerd.
Eerst en vooral: mensen die al eens geprogrammeerd hebben pakken graag uit met de talen die ze kennen/kunnen. Dames en heren de programmeur is een trots beestje!
Ik ken er niets van: het enige dat ik al geprogrammeerd heb is mijn digibox. Tijdens de les kwam enkele keren ter sprake dat we ook object georiënteerd zullen programmeren. Ik steek dadelijk mijn hand op om te vragen wat dat dan is: Object georiënteerd programmeren? Want wat is dan niet- object geriënteerd programmeren? Er kwam wel een antwoord, maar wat het nu echt inhoudt is me nog niet duidelijk.
Dit weekend kreeg ik de vraag van iemand of ik op mijn cursus object georienteerd programmeer. Blij dat ik kan meebabbelen, bevestig ik enthousiast dat dit het geval is. Ik maak van de gelegenheid gebruik om te checken wat dat dan juist inhoudt. Maar dat is blijkbaar toch moeilijker dan gedacht.
Uiteindelijk heb ik even op wikipedia gekeken, die blonk ook niet echt uit in duidelijkheid.
Mijn conclusie was dat het noodzakelijk is om een extra taal toe te voegen aan de IT opleidingen. We spelen daarmee in op het hierboven vermelde eergevoel van de programmeur tenijnde subject georiënteerd te communiceren. Ik stel u voor : MetaDutch 1.0 Beta
Input:
sentence to subject
(ifnot) ; subject = +
Try_again
sentence to subject
(when) ; subject = +
Output
Deze taal heeft maar 1 doel, ervoor zorgen dat subject begrijpt wat input is. De eerste stap in succesvolle communicatie is ervoor zorgen dat er geen ruis zit op je kanaal zit zodat de ontvanger de boodschap begrijpt en kan reageren. Anders belandt je communicatie met je subject in een lus van onbegrijpbaarheid die uiteindelijk kan overgaan naar een lus van onbegrip! Ten allen tijde te vermijden want dan is een reset nodig van alle variabelen (subjecten) zodat de relaties onderling opnieuw genormaliseerd worden!!
Alle gekheid op een stokje. Ik vertel niets nieuws: Object-georiënteerde talen bieden te weinig semantiek. Een artikel dat 10 jaar geleden al zegt dat de kloof tussen programmeur en eindgebruiker te groot wordt, als foutmelding kan dat wel tellen.
Phara : Van Cauwelaert vs Vankrunkelsven
Reageer hier, u kan de eerste zijn
Een kleine week geleden kondigt Vankrunkelsven in de Zevende Dag aan dat hij de politiek vaarwel zegt. Vankrunkelsven is een beetje een einzelgänger in zijn eigen partij, en dat werd tijdens de Zvende Dag ook al meteen duidelijk. Een quote van Louis tobback die zegt :”ik hecht niet veel waarde aan de politieke analyses van een politieke windhaan.” (of iets in die strekking ) liegt er niet om. Dat klopt natuurlijk wel maar dat kan je ook Van Anciaux of Vincent Van Quickenborne zeggen. Ja zelfs Bart Somers heeft een VU verleden als ik me niet vergis.
Feit is dat hij een politicus was, van wie je duidelijk kon zeggen aan welke dossiers hij werkt. Enfin, dat is de indruk die ik had van hem. Het is jammer dat die ingeruild worden voor bijvoorbeeld een Jean Jacques De Gucht die net gisteren voorstelt om ministers een ‘examen’ te laten doen in het parlement om zeker te zijn dat ze vakkennis hebben. Ik verwacht toch net iets meer van van een lijstrekker eerlijk gezegd. Moest er een film over gemaakt worden, Amadou en Mariam hebben de perfecte soundtrack gemaakt.
Zondag kondigde Vankrunkelsven aan dat hij stopt en even later op de dag staat er op de website van Knack te lezen dat er twee klachten tegen hem lopen wegens huisvredebreuk. Gooi daar nog een opniestuk bij waar de minachting van afdruipt samen met de jarenlange satirische stukken van Koen Meulenaere en de redactie van Phara vond het een goed idee om beide heren uit te nodigen voor een debat.
Moet een kwaliteitsblad als Knack zich bezighouden met het publiceren van dat soort stukken? Behoren die klachten niet tot de persoonlijke levensfeer? Op het eerste zicht vragen die je gemakkelijk kan ontkrachten door over de persvrijheid te beginnen. Je kan wijzen op zijn verschijningen in bijvoorbeeld Dag Allemaal enzovoort. Maar zo verliep het dus niet helemaal. Bekijk hier het debat, en bekijk het helemaal tot op het einde.
In plaats van rustig te blijven en zich te verschuilen achter bovengenoemde argumenten maakt Van Cauwelaert duidelijk dat er inderdaad meer aan de hand is dan enkel en alleen kritisch becommentariëren van een parlementslid. De persoonlijke minachting druipt ervan af en de opmerking of Vankrunkelsven vandaag dan al niet kan opstappen is misplaatst en kinderachtig.
Bovendien heeft de politiek de laatste jaren allerminst een goede beurt gemaakt. De machtspelletjes binnen de VLD maken van de partij bijna een karikatuur. Door zijn aankondiging op zondag neemt Vankrunkelsven hier duidelijk afstand van. Net dat maakt hem weer menselijk in plaats van een op macht beluste politicus. De houding van Van Cauwelaert verwijst hem regelrecht in het kamp de oude krokodillen die met spelletjes hun macht proberen uit te oefenen. Het is bijna een jaarlijks fenomeen dat knack plots vindt dat het nood heeft aan wat controverse om de abonnementen terug omhoog te krikken.
De deadline voor het volgende nummer is zondag vermoed ik. Ben benieuwd of we in bladspiegel zullen kunnen lezen hoe Vankrunkelsven het debat won gisteren met een KO. Het contrast met het vierde item in Phara kon onmogelijk groter zijn: Willy Linthout over de zelfdoding van zijn zoon.
Twitter en Public Relations: @PRsource
Reageer hier, u kan de eerste zijn
Vandaag ronden we bij LVT een leuk project af. We stellen: www.prsource.be voor. In het kort is het een tool die journalisten en bronnen via Twitter gemakkelijker met elkaar in contact wil brengen. Iedereen die denkt dat hij een mogelijke bron kan zijn voor journalisten kan het account volgen. PR consultants, communicatieverantwoordelijken, NGO’s of zelfs politici.
Wanneer een journalist informatie of verhalen zoekt over een bepaald onderwerp stuur hij een bericht aan @prsource die het vervolgens aan al de volgers van het account laat weten.
Aan dit project ging een redelijk lang traject vooraf van brainstormen, uitwerken, herbeginnen, enz. Er is al veel geschreven over PR2.0, nieuwe PR of hoe je het beestje ook wil noemen. Wat is de positie van PR agentschappen, dat is eigenlijk de vraag die gesteld moet worden. PR consultants moeten Conversation Enablers worden en dat proberen we hiermee te doen.
Goedele had enkele bedenkingen op twitter waar ik hier even dieper op in wil gaan. We gaan zelf niet op zoek naar bronnen. Wie denkt journalisten te kunnen helpen kan het account zelf volgen. Dat zullen wellicht vooral professionals zijn die er beroepsmatig iets aan hebben. Die bronnen zullen uiteindelijk wel komen denk ik.
De uitdaging voor PRsource is om duidelijk te maken waarom Twitter zo’n handige tool is. Laat ons eerlijk zijn, in België is Twitter vooral een zaak van IT en technologie journalisten. Misschien kan het initiatief hen over de streep trekken en ook aanzetten om gewoon te twitteren. In Nederland is de situatie heel anders…
Wanneer communicatie met journalisten beter wordt, dan zullen we daar zelf ook wel de voordelen van plukken. We zijn in elk geval benieuwd naar jullie feedback!
Kudo’s voor Eiffel.
Reageer hier, u kan de eerste zijn
Ik heb op vakantie een 5-tal boeken gelezen, waaronder “Duivel in de witte stad” van Erik Larson. Het verhaal speelt zich af in Chicago net voor de wereldtentoonstelling van 1893.
Tijdens de Wereldtentoonstelling komen de levens samen van de architect Daniel H. Burnham, die voor deze tentoonstelling het architectonische meesterwerk van de Witte Stad ontwierp, en de seriemoordenaar H.H. Holmes. Burnham was een idealist, die het functionele met het esthetische wilde verenigen in een magisch landschap waar wonen een belevenis zou zijn. De charmante arts Holmes vestigde zich tijdens de voorbereidingen vlak bij het terrein van de Wereldtentoonstelling en lokte zijn slachtoffers in de val in zijn zelfgebouwde World’s Fair Hotel, dat in werkelijkheid een martelkamer was. Een spannend verhaal dat leest als een detectiveroman maar dat dus gebaseerd is op werkelijke gebeurtenissen.
Enfin, Burnham had maar 1 opdracht: de Wereldtentoonstelling van Frankrijk overtreffen. Geen eenvoudige opdracht, want dat betekende eigenlijk gewoon iets straffers doen dan de Eiffeltoren.
(beeld wikipedia)
Een ongelooflijk straf ding hoor die Eiffeltoren. Op het Laatste Nieuws lees ik dat Londen bijna 120 jaar later nog steeds jaloers is.
“Met Big Ben, Tower Bridge, The Eye of London en nog zoveel meer heeft Londen nu al een rijke verzameling monumenten. De Olympische Spelen van 2012 zullen een nieuwe aanwinst aan die collectie toevoegen. En daarvoor wil Londen zelfs de concurrentie aangaan met Parijs, want het nieuwste monument moet een soort Londense ‘Eiffeltoren’ worden.”
Meer dan een eeuw de ogen uitsteken van andere wereldsteden. Dat is een knappe prestatie.
